Tijdens de verkiezingscampagne voor de Tweede Kamer (juni 2010, weet u nog?) was Mark Rutte op de radio. Op 22 februari nam hij bij BNR achter de microfoon plaats, als gastpresentator van PepTalk. Ik zat in de auto en luisterde toevallig. Rutte ging in gesprek met luisteraars die reageerden op zijn stellingen.

Tijdens die uitzending had ik een gedachte die me is bijgebleven. Vaak als ik Mark Rutte hoor spreken of zie acteren, nu als premier van Nederland, komt deze gedachte weer bij me op: ‘De man doet het geweldig als presentator. Als je niet beter wist, zou je denken dat hij het programma dagelijks presenteert.’ Hij hanteerde het format bedreven en schijnbaar moeiteloos. Even een luisteraar te woord staan, dan weer de volgende beller, cut to commercial, aankondiging van de tweede ronde, geen probleem.

De afgelopen tijd is er veel geschreven en gesproken over Rutte’s eerste honderd dagen. Velen geven Rutte het stempel communicator. Ik zie eerder een presentator. Iemand die het goed kan brengen, iemand die anderen de gelegenheid biedt om hun mening te geven.

Als Jolande Sap haar verhaal houdt waarin ze steun aan de Kunduzmissie geeft, haalt Rutte een oude interviewtruc van stal, die hij ook al gebruikte bij de presentatie van het regeerakkoord. Knikken, heel veel knikken. Non-verbaal je instemming uiten met de spreker. Gespeelde empathie voor diens standpunt. ‘Kom maar meisje. Ik luister, ik hoor wat je zegt, ik ben de microfoon, de megafoon voor je opvattingen. We zijn het met elkaar eens en dat mag de wereld weten.’

Het tafereel met Sap riep de herinnering op aan de presentatie van het regeerakkoord, toen Rutte samen met Verhagen ook al zo driftig stond te knikken bij de vol-op-het-orgelteksten van Geert Wilders. Velen zagen het als een instemmend gebaar. Ik vermoed dat het meer aansporend bedoeld was:  ‘Toe maar, jongen. Het is jouw mening, kom er maar voor uit.’ En zo help je ze over de streep.

Toch jammer dat Mark niet voor een baan bij de omroep heeft gekozen.