Noel neemt een slok van zijn pint Galway Hooker en schudt meewarig het hoofd. ‘Jonge mensen verbazen zich over de banken die de hele boel bedonderd hebben, maar ik heb het zeker al twee keer eerder gezien. In de jaren tachtig en negentig.’ Noel is de tweede zure Dubliner die ik spreek vandaag. Op Schiphol hoorde ik tijdens de vertraging de klaagzang aan van een Italiaans-Indiase fish ‘n chips shop-eigenaar, die de corruptie en drankzucht van het volk van zijn Ierse echtgenote vervloekte. ‘Het ligt niet aan de drank, maar aan het gemak waarmee de Ieren in het vastgoed gingen,’ vindt Noel.

Hij is niet gezwicht toen zijn vrouw hem de appel uit de Boom voorhield. Hij heeft geluk, met zijn baan als IT’er bij de Irish Times. Zijn vrouw is ambtenaar, dus de crisis zingen zij wel uit. En de euro moet blijven, desnoods op twee sporen. ‘Wij horen op het tweede spoor, maar in elk geval hebben wij niet gelogen over onze financiĆ«n, zoals de Grieken.’ Ik ben even klaar met doemdenkende Dubliners en wil op zoek naar de chip shop. Morgen koop ik je krant, zeg ik tegen Noel. Hij grijpt in zijn tas en haalt de krant van vandaag eruit. ‘Hier,’ zegt hij. De krant is ouderwets. Later in mijn hotel kom ik erachter dat de sportpagina ontbreekt.