Op het grote beeldscherm zijn drie auto’s te zien die stapvoets rijden. Aan de modellen te zien zijn we onmiskenbaar in de Verenigde Staten. Dan zien we vier andere auto’s. Op het podium waar het scherm te zien is, staat een man te fantaseren wie er in die auto’s zouden kunnen zitten. Een Mormoon die fan is van de rapper Jay-Z, een Latino timmerman, een moeder van twee kinderen, een vrouw die lid is van Vereniging van Wapenbezitters en tegelijk fan van Oprah, een homoseksuele bankier die ook fan is van Oprah.

Dan zoomt de camera uit en zien we vier banen kruipend spitsverkeer. Het gaat allemaal dezelfde richting op. De man vertelt dat al die auto’s, al die bestuurders uiteindelijk samen door een tunnel moeten. Om de beurt, net als in de file, één voor één, om veilig thuis te komen. Ja, je kunt natuurlijk even gas geven en via de vluchtstrook voordringen. Maar over dat soort types vloeken we binnensmonds of halen we onze schouders op. We weten dat we allemaal ongeveer even laat thuis komen.

We gaan allemaal dezelfde kant op, zegt de man: naar huis, en dat we om er te komen elkaar de ruimte moeten geven. Je doet de onmogelijke dingen die je moet doen, en die alleen maar mogelijk zijn doordat we allemaal compromissen sluiten met elkaar, doordat we voortdurend concessies doen aan elkaar, in het echte leven buiten het geweld van de media. Het is een van de krachtigste metaforen uit de Rally to Restore Sanity, die op 30 oktober in Washington werd gehouden op de National Mall in Washington, het Amerikaanse Malieveld. Bekijk het fragment vanaf 9:00.

Trouwens, een van Jon Stewarts oneliners die het meeste applaus oogstten tijdens zijn slotrede was ‘If you amplify everything, nothing gets heard’ (4:25). Ook in het verslag van de Volkskrant wordt deze aangehaald. Wie hoort er straks nog iets als de kunstenaars in het Muziekhol van Heineken of op de Dam staan te schreeuwen?